Home »

 

Nieuwsbrief Collatie

 

Digitale nieuwsbrief over ‘Moderne Devotie’

aflevering 30 – juli 2016

 

4.7.4.collatiejpg

Van de redactie

Op het moment dat velen de (school)boeken dichtklappen, presenteren wij een nieuwe aflevering van Collatie. Volgens de geijkte formule besteden wij aandacht aan toekomstige (studie-) activiteiten op het gebied van de Moderne Devotie en houden wij u op de hoogte van recente (studieuze) verrichtingen. Daarmee zijn wij – de leden van de redactie – zeker niet volledig, eerder complementair met anderen die zich op eigen wijze inspannen om het geestelijk erfgoed van de Moderne Devotie onder de aandacht van de hedendaagse mens te brengen. Veelbelovend en best spannend is bijvoorbeeld het streven van verschillende Overijsselse instanties om de Moderne Devotie ook van overheidswege erkend te krijgen als immaterieel erfgoed. Wij wensen de initiatiefnemers veel succes toe en laten hen, zodra zij het moment daarvoor rijp achten, ook graag aan het woord in een volgende aflevering van Collatie.
In deze aflevering volgt eerst informatie over een internationaal wetenschappelijk congres, komend najaar in Nijmegen, over een thematiek die alles te maken heeft met de Moderne Devotie. Aansluitend volgt de kroniek, die is gewijd aan het Liduinajaar in Schiedam, de publicatie van een geestelijke biografie van Salome Sticken, het SIGNUM congres over de Moderne Devotie, en de jaarlijkse Geert Groote Dag in Deventer. Daarna volgen nog enkele recensies en signalementen en doorverwijzingen voor wie meer wil weten. Dankzij de mogelijkheden die de digitale wereld ons biedt, krijgt u al die informatie niet alleen in woorden maar ook in beelden voorgeschoteld. Met deze dertigste aflevering van de nieuwsbrief wensen wij onze lezers een goede en inspiratievolle zomer toe.

 

Wetenschappelijk congres Devotio

Twee redactieleden van Collatie, Charles Caspers en Rijcklof Hofman, beiden verbonden aan het Titus Brandsma Instituut, organiseren samen met Mathilde van Dijk (Groningen), Peter Nissen (Nijmegen) en Johan Oosterman (Nijmegen) op 26 en 27 oktober in Nijmegen een congres, getiteld:
Devotio. Individualization of Religious Practices in Northern Christianity (c. 1350 – c. 1550).

Redactie

Charles Caspers (eindred.)
Ton Hendrikman
Rijcklof Hofman (red.secr.)
Clemens Hogenstijn
Gerry van der Loop
Henk Rutten (administratie)

Administratie

Administratie Collatie
p.a. Titus Brandsma Instituut
Erasmusplein 1
NL-6525 HT Nijmegen

E-mail Collatie

 

Collatie extra (PDF)

– Collatie extra (januari 2014)

– Collatie extra (december 2013)

– Collatie extra (december 2012)

 

Oude afleveringen (PDF)

– Collatie 30 (juli 2016)

– Collatie 29 (maart 2015)

– Collatie 28 (februari 2014)

– Collatie 27 (december 2011)

– Collatie 26 (december 2010)

Over de inhoud:
De godsdienstigheid van de laatmiddeleeuwse christenheid was overvloedig. De officiële eredienst bepaalde voor een groot deel zowel het openbaar leven als ieders persoonlijke levensloop. Zodoende beschikten alle gelovigen over een gemeenschappelijke basis, maar daarnaast was er voor hen ook ruimte om zich op eigen initiatief innerlijk te verdiepen en hun devotie te uiten. Over de creativiteit die zij daarbij aan de dag legden, gaat dit congres.
Net als de toenmalige godsdienstigheid is ook het overgeleverde bronnenmateriaal overvloedig. Maar dat betekent geenszins ‘veel van hetzelfde’. Vooral meditatie- en gebedenboeken blijken bij nadere bestudering uniek. Vaak gaat het om hele composities die getuigen van persoonlijke keuzen en stellingnamen, van een voortgaande innerlijke ontwikkeling en van uitwisseling met anderen.
In de historiografie is vaak gewezen op de individualisering van de westerse christenheid in de late middeleeuwen. Een kenmerk daarvan was dat de persoonlijke godsvrucht steeds meer prevaleerde boven het louter vervullen van godsdienstige plichten: het ging meer om de kwaliteit en minder om de kwantiteit. Met name representanten van de Moderne Devotie benadrukten dat die kwaliteit van het godsdienstig leven zowel werd bepaald door de gezamenlijke liturgie als door wat zich afspeelde in het innerlijk – in het hart – van ieder afzonderlijk. Zo wijst Thomas van Kempen er in zijn Navolging van Christus op dat men boven alles moet beschikken over een vurig verlangen naar God. Wie daarover niet beschikt, ‘dient te verlangen naar dat verlangen’ (Navolging, III, 14,8).
Individualisering leidde per definitie wel tot een grotere diversiteit van het godsdienstig leven, maar niet noodzakelijk tot divergentie. Zo werden binnen kringen van religieuzen en/of ‘bespiegelende leken’ vol overgave allerlei geloofszaken en kwesties besproken. Dat kon leiden tot verdeeldheid, maar ook tot verbondenheid en creativiteit. De focus van het congres is gericht op de wijze waarop gelovigen zelf vorm gaven aan hun vroomheid, met aandacht voor persoonlijke keuzen en standpunten, innerlijke ontwikkeling en uitwisseling. Alleen zo zal duidelijk worden in hoeverre zij niet alleen kind maar ook schepper van hun tijd waren.De formule van dit Engelstalige congres heeft te maken met de onderzoekstraditie aan de Radboud Universiteit m.b.t . de geschiedenis van de religiositeit; de aanleiding om het congres in oktober te laten plaatsvinden heeft te maken met recente, resp. op handen zijnde, publicaties van enkele van de (keynote) sprekers, met name John van Engen (Notre Dame), Nigel Palmer (Oxford), Kathryn Rudy (St. Andrews). Inmiddels hebben zich al veel collega’s als deelnemer/spreker aan het congres opgegeven: een bont internationaal gezelschap, bestaande uit historici, filologen, religiewetenschappers, kerkhistorici en kunsthistorici.Over de verdere invulling van het programma, de precieze locatie, etc.,

zie http://wp.titusbrandsmainstituut.nl/eng/?page_id=1288

De voertalen van dit congres zijn Engels en Duits. Ook belangstellenden die geen lezing houden zijn welkom. U kunt uzelf aanmelden door een e-mail te zenden aan Rijcklof.Hofman@TitusBrandsmaInstituut.nl . Aanmeldingen worden geregistreerd op volgorde van binnenkomst, zo lang er voldoende plaatsen beschikbaar zijn. Aan deelname zijn kosten ten bedrage van € 70 verbonden; korting is in bepaalde gevallen mogelijk, junior researchers betalen € 40, leden van de Onderzoeksscholen NOSTER en Mediëvistiek alsmede studenten betalen € 50. De zorg voor accommodatie is in principe de eigen verantwoordelijkheid van de deelnemers.

Kroniek

Liduinajaar Schiedam

Schiedam stond in 2015 in het teken van Liduina, Neerlands nationale heilige: 125 jaar nadat haar heiligheid door paus Leo XIII werd bevestigd. Het startsein van de festiviteiten werd gegeven op 19 december 2014 in de basiliek van de H. Rozenkrans en de H. Liduina, met de presentatie van een door Charles Caspers en Rijcklof Hofman vervaardigd boek, getiteld: Een bovenaardse vrouw. Zes eeuwen verering van Liduina van Schiedam. Dit kleurrijke boek, met een ten geleide van Frits van Oostrom, is in feite een tweeluik. Caspers vervaardigde een uitgebreide studie over de vereringsgeschiedenis van de ‘Maagd van Schiedam’. Hofman verzorgde een nauwkeurige en tegelijkertijd vlot lezende vertaling van de vita die Thomas van Kempen op verzoek van zijn medebroeders vervaardigde van deze bijzondere vrouw, die bij leven al bekend was om haar heiligheid. Voor de moderne devoten gold zij als een voorbeeld van lijdzaamheid. In de basiliek werd het boek aangeboden aan de pauselijke nuntius in Nederland, Mgr. André Dupuy, en de burgemeester, Cor Lamers. Refererend aan paus Franciscus wees Mgr. Dupuy op de betekenis van Liduina’s weg van onvrijwillige eenzaamheid naar vrijwillige eenzaamheid.

Charles Caspers, Een bovenaardse vrouw. Zes eeuwen verering van Liduina van Schiedam; Thomas van Kempen, Het leven van de Heilge Maagd Liduina, vertaald door Rijcklof Hofman. Met een Ten geleide van Frits van Oostrom, Hilversum: Verloren, 2014; 168 p,. ill., ISBN 978-90-8704-487-9 (zie https://www.verloren.nl/boeken/2086/251/5557/kerk-en-religie/een-bovenaardse-vrouw).
Deze publicatie kan als pdf worden gedownload vanaf de site van het Titus Brandsma Instituut: http://wp.titusbrandsmainstituut.nl/nl/?page_id=165

Verschenen in de reeks ‘Middeleeuwse Studies en Bronnen’, nr. 153 bij uitgeverij Verloren te Hilversum, ISBN 978-90-8704-487-9. Door vakgenoten is het boek goed ontvangen; recensies in onder meer: Analecta Bollandiana 133 (2015) 230-232 (http://wp.titusbrandsmainstituut.nl/nl/wp-content/uploads/2016/06/Review-Fr-de-Vriendt.pdf); Church History and Religious Culture 96 (2016) 191-192; Elsevier (1 augustus 2015) p. 80; Geschiedenis Magazine 50 (2015) nr. 2, 59; Historisch huis (http://historischhuis.nl/recensiebank/review/show/822 ) ; Signum (http://www.contactgroepsignum.eu/node/4194 ); The Medieval Low Countries 2 (2015) 286-290 (http://wp.titusbrandsmainstituut.nl/nl/wp-content/uploads/2016/06/Review-Ludo-Jongen.pdf).

De boekpresentatie werd gevolgd door een druk Liduinajaar met veel activiteiten in de basiliek. Tevens organiseerden drie Schiedamse erfgoedinstellingen – het Stedelijk Museum Schiedam, het Gemeentearchief Schiedam en het Nationaal Jenevermuseum – de tentoonstelling: ‘Liduina van Schiedam. De geschiedenis van een stadsheilige’.

De Stichting Fonds Historische Publicaties Schiedam publiceerde tijdens het Liduina-jaar een gedeeltelijk herziene uitgave van het boek: Beelden van Liduina. Heilige van Schiedam, Schiedam 2015, 152 p., geïllustreerd, ISBN 978-90-70450-37-3, Prijs € 19,90. Deze tweede publicatie is te bestellen bij: http://www.fondshistorischepublicatiesschiedam.nl/uncategorized/beelden-van-liduina/

 

 

Een bovenaardse vrouw

 

Salome Sticken (1369-1449) en de oorsprong van de Moderne Devotie

In juni 2015 verscheen onder bovenstaande titel één van de laatste, postume publicaties van Rudolf van Dijk, over Salome Sticken (1369-1449), zonder meer de meest prominente vrouwelijke vertegenwoordigster van de eerste generatie Moderne Devoten, die, zoals pas na het overlijden van Rudolf van Dijk duidelijk is geworden, een telg was uit één van de aanzienlijkste adellijke geslachten uit het Heilige Roomse Rijk. In het inleidend hoofdstuk van dit boek presenteert Rudolf van Dijk zelf een synopsis van de inhoud (p. 22-26). Deze synopsis volgt hieronder in verkorte vorm.

Salome Sticken is vroeg genoeg geboren om – via haar vader Herman Sticken – de grondlegger van deze beweging van vernieuwde innigheid, Geert Grote (1340-1384), nog gekend te hebben. En zij is oud genoeg geworden om haar tot bloei te hebben zien komen, niet in het minst dankzij het aandeel dat zij er zelf in heeft gehad. Dit boek is hoofdzakelijk gebaseerd op haar Middelnederlandse levensbeschrijving, die in hs. D is bewaard en door D.A. Brinkerink werd uitgegeven (1904). In voorkomende gevallen is gebruik gemaakt van de sterk verwante Middelnederlandse levensbeschrijving in het nog niet uitgegeven hs. DV, waarvan de editie wordt voorbereid door I. Biesheuvel en W. Scheepsma.

De inleiding omvat een samenvattende beschouwing over Het vrouwelijk draagvlak van de Moderne Devotie. Tegen deze historische achtergrond willen wij het leven, de werken en de betekenis beschrijven van Salome Sticken. Het boek bestaat verder uit zes hoofdstukken, waarvan het eerste is gewijd aan Devote biografiek. Hierin wordt de lezer in grove trekken voorzien van de noodzakelijke basisinformatie over Nonnenviten, zusterboeken en collectanea (§ 1.1), waarin onder meer de bronnen voor Het leven van Salome Sticken in vogelvlucht (§ 1.2) verscholen liggen.

Om haar leven zo hecht mogelijk te koppelen aan de oorsprong van de Moderne Devotie volgt een tweede hoofdstuk over De vrijwoning van Geert Grote als bakermat van de Moderne Devotie. Tot de bronnen van de institutionele voorgeschiedenis van het latere Meester-Geertshuis behoort De overdrachtsakte van het geboortehuis van Geert Grote te Deventer (§ 2.1), tevens de stichtingsakte van de vrijwoning. Pas vijf jaar later zouden de definitieve statuten tot stand komen. Meer dan een eeuw hebben De dubbele statuten voor het Meester-Geertshuis als crux philologorum (§ 2.2) voor de geleerden gegolden. Nadat het geboortehuis als vrijwoning voor arme, onbehuisde vrouwen in gebruik genomen was, ging het een toekomst tegemoet, waarin zich Semireligieuze aspecten van het leven in Grote’s vrijwoning (§ 2.3) manifesteerden. De stichter kon hier aanvankelijk weinig invloed op hebben. Want Het verblijf van Geert Grote bij de kartuizers (§ 2.4) duurde ongeveer drie jaar. Na zijn terugkeer in Deventer zette hij zich aan de formulering van de definitieve statuten om zijn beleidsvisie op de verdere ontwikkeling van zijn stichting vast te leggen. Recente onderzoeksresultaten en nieuwe inzichten hebben de weg geopend Naar een nieuw verstaan van Geert Grote’s statutenversie (§ 2.5).

Vanaf het derde hoofdstuk is het boek gewijd aan nader onderzoek van het leven en de werken van Salome Sticken. In dit hoofdstuk over haar Charisma en roeping is een chronologische driedeling gemaakt tussen allereerst: Wording (§ 3.1), de jaren van haar jeugd (1369-1390), vervolgens: Groei en bloei (§ 3.2), de periode waarin zij als zuster van het gemene leven en daarna als reguliere kanunnikes van Windesheim vooral in overheid gesteld was (1390-1446), en ten slotte: Voltooiing (§ 3.3), haar laatste levensjaren (1446-1449).

In het vierde hoofdstuk belichten wij Salome gedurende de bijna halve eeuw waarin zij meesteres, respectievelijk priorin was en van waarachtig Leiderschap in zusterlijke solidariteit getuigde. Eerst werd zij gekozen tot Meesteres van het Meester-Geertshuis te Deventer (1392-1408) (§ 4.1). In die periode raakte zij zowel ambtshalve als persoonlijk betrokken bij Het kloosterproject Diepenveen van het Meester-Geertshuis (§ 4.2) en werd zij na afloop van de experimentele fase de eerste Priorin van het koorvrouwenklooster te Diepenveen (1412-1449) (§ 4.3).

Het vijfde hoofdstuk beschrijft haar spiritualiteit, zoals deze vooral in een Eucharistische godsrelatie haar meest pregnante vorm kreeg. Binnen De christocentrische grondslag van Salome’s spiritualiteit (§ 5.1) treedt De mystieke kern van Salome’s godsrelatie (§ 5.2) subtiel aan het licht. Tegen deze achtergrond proberen wij de betekenis van Salome Sticken voor Geestelijk leiderschap en geestelijke begeleiding (§ 5.3) in kringen van het vrouwelijke devotendom nader te definiëren.

De hoofdstukken 3-5 zijn – overeenkomstig hun thematische opzet – royaal gelardeerd met citaten uit haar vita in hs. D. Op deze wijze wordt de lezer driemaal door het leven van Salome Sticken geleid: eerst vanuit haar charismatische persoonlijkheid (hoofdstuk 3), vervolgens vanuit haar rijke ervaring als huisoverste (hoofdstuk 4) en ten slotte vanuit de diepte van haar godsrelatie (hoofdstuk 5).

Het zesde hoofdstuk ten slotte is gewijd aan De spirituele grondslag van een zustergemeenschap. Deze wordt gepresenteerd in het enige geschrift dat wij van Salome Sticken kennen: haar Viuendi formula of ‘Wijze van leven’, die zij op verzoek van prior Hendrik Loder uit eigen ervaring voor zusters van het gemene leven heeft geschreven. Wij bespreken de verschillende aspecten van dit geschrift, met name Het verzoek (§ 6.1), De auteur (§ 6.2), De bestemming (§ 6.3), De overlevering (§ 6.4), Het genre (§ 6.5), De briefvorm (§ 6.6), De structuur (§ 6.7), De thematische ordening (§ 6.8) en Contouren van het devote gemeenschapsleven (6.9). Deze autobiografische tekst kan tevens dienen als toetssteen voor het beeld dat wij ons op grond van de biografische getuigenissen van Salome Sticken hebben gevormd.

Om de meer gedetailleerde feiten en data in hun onderling verband te kunnen zien, wordt als bijlage 1 een Contextuele tijdtafel gepresenteerd. In de tijdtafel zijn in chronologische volgorde zoveel mogelijk alle relevante historische gegevens opgenomen betreffende personen, feiten en gebeurtenissen voor zover deze in het levensverhaal van Salome Sticken vermeld zijn of voor de context ervan onmisbaar zijn. In de overige drie bijlagen zijn de belangrijkste bronteksten ontsloten. In bijlage 2 presenteren wij onze hertaling van Geert Grote’s in het Middelnederlands gestelde versie van De statuten van het Meester-Geertshuis naar de uitgave van R.R. Post uit 1952. In bijlage 3 vindt de lezer Het leven van Salome Sticken in onze hertaling van de vite van Salome Sticken naar hs. D, zoals in 1904 uitgegeven door D.A. Brinkerink. Bijlage 4 bevat Het geschrift ‘Wijze van leven’ in onze vertaling van de Latijnse editie door W.J. Kühler uit 1908 (1914²) naar hs. B. Om het corpus van het boek niet te zwaar te belasten, is het betreffende wetenschappelijke commentaar bij de bijlagen 2-4 zoveel mogelijk in de corresponderende voetnoten ondergebracht.

 

 

Salome Sticken

 

Gezichtsreconstructie

De archeologe en fysische antropologe Maja d’Hollosy heeft een reconstructie gemaakt van het gezicht van Geert Grote. Tot 11 september 2016 wordt aan bezoekers van het Geert Groote Huis in Deventer op educatieve wijze getoond hoe deze reconstructie tot stand is gekomen en hoe Geert Grote er wellicht ooit heeft uitgezien.

Twee bijdragen over Thomas van Kempen verschenen

In Zwols historisch tijdschrift, 33:1 (2016), zijn  twee bijdragen verschenen over de bekendste representant van de Moderne Devotie, Thomas van Kempen. Redactrice Lydie van Dijk is er na intensief speurwerk in geslaagd de kaak van Thomas te traceren in de Abdij van Solesmes. De kaak was in 1847 in Zwolle uit de kist met overblijfselen van Thomas gehaald en meegenomen door de patristicus en latere Kardinaal J.B.F. Pitra, kort daarvoor geprofest als Benedictijn in Solesmes, tijdens een tournee door West-Europa. Nu de kaak weer bij de overige restanten van de schedel van Thomas kan worden gevoegd, behoort een gezichtsreconstructie tot de mogelijkheden. Een verslag van haar bevindingen treft u onder de titel “De kaak van Thomas a Kempis” aan op p. 44-45, in verkorte versie hier raadpleegbaar: http://www.zwolsehistorischevereniging.nl/nieuws/de-kaak-van-thomas-a-kempis-is-terecht/. Tijdens zijn latere carrière heeft Kardinaal Pitra een rol gespeeld bij de formele heiligverklaring van Liduina van Schiedam. Meer hierover leest u in Charles Caspers, Een bovenaardse vrouw, p. 69-70 (hierboven al onder de aandacht gebracht).

In een andere bijdrage, onder de titel “Relicten en relieken. Omzwervingen van Thomas’ gebeente” gepubliceerd op p. 46-55, doet Ton Hendrikman verslag van de wederwaardigheden die het lichaam van Thomas na zijn dood zijn overkomen. Passages uit beide artikelen treft u hier aan:

http://wp.titusbrandsmainstituut.nl/nl/wp-content/uploads/2016/07/Zwols-Historisch-Tijdschrift-332016-nr-1.pdf

Als deze fragmenten uw nieuwsgierigheid hebben gewekt, kunt u in het bezit komen van het volledige tijdschrift door u voor € 25,= per jaar aan te melden als lid van de Zwolse historische vereniging: http://www.zwolsehistorischevereniging.nl/lid-worden/

 

Gezichtsreconstructie Geert Grote

 

Symposium Signum

Op zaterdag 30 mei 2015 organiseerde de Contactgroep Signum in de Latijnse School te Deventer een symposium over de Moderne Devotie. Tijdens deze dag werd teruggeblikt op het boek van de Nijmeegse hoogleraar Reinier Post, The Modern Devotion. Confrontation with Reformation and Humanism . Dit werk heeft lange tijd gegolden als het standaardwerk over deze laatmiddeleeuwse religieuze beweging. Tijdens het symposium werd nader ingegaan op de diversiteit van de Moderne Devotie in al haar facetten en verschijningsvormen alsook op de vraag naar de ontwikkeling van het Moderne Devotie-onderzoek sinds Post en op de belangrijkste toekomstige uitdagingen. Voordrachten weren er van Yves van Damme (‘Lekenspiritualiteit, maatschappelijke actie en mystieke aspiraties aan de vooravond van de Moderne Devotie. Een Groenendaalse kok en een goedwillige leek in debat’; Anna Dlabacova (‘Distributiekringen voor geestelijke literatuur in de vijftiende eeuw: moderne devotie, observantie en Hendrik Herps Spieghel der volcomenheit’); Rachel Brouwer (‘Graven naar het verleden: Archeologisch en historisch onderzoek in en rondom het Grote Convent te Doesburg’); Lisanne Vroomen (‘Vrouwen en liederen: ontbrekende schakels in het onderzoek?’); Koen Goudriaan (‘De Moderne Devotie (bijna) vijftig jaar na Post’).

Geert Groote Dag

Overeenkomstig de doelstelling van de Stichting Piet Tillema Fonds om jaarlijks een cultureel evenement te houden over een thema dat verband houdt met het geestelijk erfgoed van Geert Grote en de Moderne Devotie, vond op vrijdag 2 oktober in de Grote- of Lebuïnuskerk te Deventer de 7de Geert Groote Lezing plaats. Aan de organisatie van deze dag werkten ook het Productiehuis Deventer Verhaal, de Historische Vereniging Deventer en de Vereniging Literair mee. Als spreker was uitgenodigd prof. dr. Herman Pleij, emeritus hoogleraar historische Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Amsterdam, uitgenodigd. Deze dag gold tevens als het startsein voor het Geert Groote Evenement, een activiteit van het Deventer Verhaal. Daarnaast was er de presentatie van het boekje Goede Punten van Geert Grote, uitgegeven door Georg Hartong en Minke Tromp (Uitgeverij Scriptio, ISBN 978-90-8773-022-2. Het eerste exemplaar is uitgereikt aan burgemeester Heidema van Deventer. Deze publicatie is uitgegeven door: http://www.scriptio.nl/nwsite/de-goede-punten-van-geert-grote/

 

 

Die Devotio Moderna I

Recensies

In 2013 verscheen in de vorm van twee fraai gebonden deeltjes de schriftelijke neerslag van twee congressen die in oktober 2009 en oktober 2010 in respectievelijk Arnhem en Bochum over Moderne Devotie waren georganiseerd. Een uitvoerige recensie van deze boeken verscheen in het Tijdschrift voor Geschiedenis, 128.4 (2015), p. 660-662. Deze recensie kan hier worden geraadpleegd:

http://wp.titusbrandsmainstituut.nl/nl/wp-content/uploads/2016/06/Review-Rijcklof-Hofman.pdf

In hetzelfde tijdschrift staat op p. 282-285 een recensie van het boek van Rudolf van Dijk, Twaalf kapittels over ontstaan, bloei en doorwerking van de Moderne Devotie. Onder redactie van Charles Caspers en Rijcklof Hofman. Middeleeuwse Studies en Bronnen, 140 (Hilversum, Verloren, 2012). De recensie is hier te raadplegen:

http://wp.titusbrandsmainstituut.nl/nl/wp-content/uploads/2016/06/Review-Bas-Diemel.pdf

In het Deutsches Archiv für Erforschung des Mittelalters, 70-1 (2014), p. 293-294, is van de hand van N. Staubach een recensie verschenen van Gerardi Magni Opera Omnia, Pars ii.1. Sermo ad clerum Traiectensem de focaristis – Opera minora contra focaristas, cura et studio Rijcklof Hofman, Corpus Christianorum, Continuatio Mediaeualis 235, Turnhout, 2011. Deze recensie kan hier worden geraadpleegd:

http://wp.titusbrandsmainstituut.nl/nl/wp-content/uploads/2016/03/CC-CM-235-Rez-_Grote-Staubach.pdf

 

Korte berichten

Beeldarchief Ton Hendrikman overgedragen aan HCO (Historisch Centrum Overijssel), Zwolle

Dit voorjaar heeft Ton Hendrikman zijn omvangrijke beeldarchief over de Moderne Devotie overgedragen aan het HCO (Historisch Centrum Overijssel) te Zwolle. Deze collectie omvat een groot aantal dia’s foto’s, plattegronden, kaarten en schetsen met betrekking tot het materiëel erfgoed dat uit de beweging van de Moderne devotie tot ons is gekomen. Bijzondere aandacht verdient het materiaal dat is vervaardigd ten behoeve van de Historische Werkgroep Kloosters IJssel-Vechtstreek en een grote verzameling beeldmateriaal over alle kloosters van de Congregatie van Windesheim waarvan nog resten in het huidige landschap zijn te bespeuren.

Die Devotio Moderna II

Twaalf kapittels

Nieuwe directeur HCO

Op vrijdag 30 oktober 2015 nam drs. Bert de Vries feestelijk afscheid als directeur van het Historisch Centrum Overijssel (HCO) te Zwolle om zijn werkzaam leven voort te zetten als directeur van het Stadsarchief Amsterdam. Gedurende zijn ruim achtjarige directeurschap was HCO ettelijke keren gastheer en/of (mede)organisator van activiteiten rond de Moderne Devotie. Per 1 januari 2016 is Dhr Arie Slob, tot kort geleden prominent politicus, aangetreden als de nieuwe directeur van HCO, een functie die hij combineert met het directeurschap van de IJsselacademie. Ook van het elan en de educatieve traditie van de IJsselacademie is de Moderne Devotie een belangrijke bouwsteen.

Publicatie Ontvangen om te geven

Bij Uitgeverij Averbode is de publicatie Ontvangen om te geven verschenen, een publicatie over Maria van Hout (ISBN 978-90-317-4193-9). Dit boek werd geschreven op vraag van de zusters van het Convent van Betlehem in Duffel. Met deze publicatie willen ze hun eerste moeder (overste) Maria van Hout († 1547) bij een breder publiek bekendmaken en interesse wekken voor haar spiritualiteit. De zusters zijn er immers van overtuigd dat het 16e-eeuwse geestelijke leven van Maria van Hout ook in onze tijd een belangrijke inspiratiebron voor religieuzen en leken kan zijn. Voor meer informatie kunt u op bijgaande link klikken:

http://wp.titusbrandsmainstituut.nl/nl/wp-content/uploads/2016/07/Inleiding-Ontvangen-om-te-geven.pdf

Dit boek kunt u hier bestellen:

http://www.averbode.nl/Pub/Site_Root/BE/(6367)-Vlaanderen/Bestellen.html

Ontvangen om te geven

Geert Grote’s tractaten tegen corruptie in verband met kerkelijke ambten en persoonlijk bezit bij monniken en nonnen

Nog dit najaar zal in de serie de eerste wetenschappelijk verantwoorde editie verschijnen van alle tractaten en brieven van Geert Grote (1340-1384), de grondlegger van de Moderne Devotie, over corrupte praktijken in samenhang met kerkelijke ambten en intrede in religieuze gemeenschappen. Deze editie wordt aangevuld met zijn brieven en tractaten over persoonlijk bezit bij monniken en nonnen, en gaat voorts vergezeld van een editie van de statuten van het Meester-Geertshuis en van zijn Preek over vrijwillige armoede. Aan de edities gaat een uitvoerige inleiding vooraf. Hierin worden de misstanden die Grote aansnijdt geplaatst in de context van de tijd waarin Grote leefde. Ook worden alle handschriften waarin deze werken tot ons zijn gekomen beschreven. Voorzover deze werken in het Latijn zijn gesteld, berust de verantwoordelijkheid voor de editie bij Rijcklof Hofman. De Nederlands-talige werken zijn uitgegeven door Marinus van den Berg.

De editie verschijnt in de prestigieuze serie Corpus Christianorum, Continuatio Mediaeualis , dl. 235A. Meer informatie vindt u op de website van Uitgeverij Brepols:

http://www.brepols.net/Pages/ShowProduct.aspx?prod_id=IS-9782503566405-1

Video

Studenten van Windesheim Honours College hebben voor de Stichting Thomas a Kempis een video gemaakt over het leven van Thomas a Kempis en de betekenis van Thomas voor de huidige tijd.

Moderne Devotie ontwaakt plaats voor plaats

Mink de Vries

Vanaf januari 2015 ben ik begonnen aan een tocht langs 140 Moderne Devotie plaatsen. De ene plaats kent maar één convent, de andere plaats kent er wel vijftien. Elke keer word ik verrast door wat er allemaal nog zichtbaar is en hoe weinig de mensen er vanaf weten. Of het nu om het College van B&W gaat of om een Museumdirectie, ze hebben geen weet van Moderne Devotie.

Mooie bordjes van Monumentenzorg op de gevel, maar ze vertellen niet echt het verhaal. Gelukkig zijn er mensen zoals Henk Michielse die het verhaal van de Moderne Devotie wel kent (zie ook zijn boek Geuzen en Papen, tussen Vecht en Eem) en mij verder helpen met de Moderne Devotie route tussen Vecht Gooi en Eem. De eerste versie van deze route is 25 juni gepresenteerd in de Kapel van het Mariaklooster te Naarden, oorspronkelijk een gemeenschap van Zusters van het Gemene Leven, die zich later aansloten bij het Kapittel van Utrecht, een verband van kloosters die de derde Regel van St Franciscus volgde, nu het Mausoleum van Comenius en Comeniusmuseum.

Op ontdekkingsreis langs al die Moderne Devotie locaties ontdek je bijzondere zaken. Bezig met de Schieland, Delfland en Westland Devotie route kwam ik achter het feit dat Prins Willem van Oranje zeker twaalf jaar in het Tertiarissenconvent St. Agatha te Delft heeft gewoond en daar uiteindelijk ook is vermoord. De Prinsenhof maakte deel uit van dit klooster.

Zo ook de ontdekking dat onze eerste universiteit, die van Leiden, eerst was gevestigd in het Moderne Devotie klooster St.Barbara. Erasmus ingewijd is als Augustijner Koorheer in Utrecht voor het klooster van Stein bij Gouda.

Alle stadsroutes en streekroutes (Rijndevotie- , Westfriese devotie – , IJsseldevotie- , en Westlandse Devotie routes zijn na de zomer te downloaden) zijn nog geen definitieve versies voor de VVV.

Graag wil ik afsluiten met woorden van onze geliefde pater Rudolf van Dijk, vlak voor zijn heengaan, over bovenstaande ontwikkelingen:

“ Wat je hierover schrijft maakt me helemaal warm van binnen. Het is voor het eerst dat de Moderne Devotie , zo te zien, echt doorbreekt in een Postmoderne Devotie Beweging. Voor iedere betrokken stad is de identificatie van de “beweging van vernieuwde innigheid” voor deze tijd een zinvolle uitdaging tegen secularisatie en individualisme, voor zingeving van de gemeenschap en voor een zorgzame samenleving “.

Zie voor een eerste versie van de Moderne devotie route ‘Tussen Vecht en Eem’ bijgaande link:

http://wp.titusbrandsmainstituut.nl/nl/wp-content/uploads/2016/06/Mink-de-Vries-Moderne-Devotie-Route-tussen-Vecht-en-Eem.pdf

 

 

 

Agatha klooster en Prinsenhof

Delft, St. Agathaconvent (Tertiarissen, waarin later gevestigd werd de Prinsenhof)

 

 

 

Utrecht St Agnesconvent

Utrecht, St Agnesconvent (Zusters, vanaf 1422 (!) Tertiarissen), waarin later gevestigd werd het Centraal Museum

 

Informatie over Moderne Devotie

Titus Brandsma Instituut (Nijmegen 1968): secretariaat@titusbrandsmainstituut.nl / www.titusbrandamainstituut.nl

Centrum voor Moderne Devotie (Deventer 1980): chogenstijn@hotmail.com

Stichting Thomas a Kempis (Zwolle 1988): www.thomasakempiszwolle.nl

Geert Groote Huis (Deventer 2013): http://www.geertgrootehuis.nl/

Collatie betekent ‘gesprek’, in de betekenis van ‘opbouwend gesprek’. Twee of meer partners spreken met elkaar op basis van gelijkwaardigheid, niet om te discussiëren en om gelijk te krijgen, maar om gezamenlijk te doen aan waarheidsvinding. Collatie was een kernbegrip van de Moderne Devotie en is actueel voor onze tijd.
De nieuwsbrief Collatie bevat informatie over de Moderne Devotie vanuit verschillende invalshoeken. Zo wordt er aandacht besteed aan historisch onderzoek en aan de betekenis van de Moderne Devotie als erflater voor onze cultuur en samenleving. Daarnaast wil Collatie een bescheiden platform zijn voor hen die heden ten dage streven naar innerlijke vernieuwing.
Belangstellenden van wie de adresgegevens bekend zijn aan de administratie, evenals relaties van het Titus Brandsma Instituut, ontvangen een bericht per e-mail wanneer er een nieuwe Collatie is verschenen. Andere belangstellenden zijn in de gelegenheid om hun adresgegevens per e-mail door te geven aan de administratie. In het vervolg zal dan ook aan hen via e-mail een aankondiging van de digitale nieuwsbrief verstuurd worden.Administratie Collatie: henk.rutten@titusbrandsmainstituut.nl

Wilt u ons werk ondersteunen, dan zijn giften welkom op banknummer:

BIC: ABNANL2A

IBAN: NL07 ABNA 0231201583

t.n.v. Stg. Titus Brandsma Instituut te Nijmegen

o.v.v. gift Collatie