Home »

 

Verslag Devotio conferentie

 

Congres over laatmiddeleeuwse devotionele praktijken

Nijmegen, 26 en 27 oktober 2016

Conference Devotio 004 Conference Devotio 002 Conference Devotio 003 Conference Devotio 005 Conference Devotio 007 Conference Devotio 001 Conference Devotio 014 Conference Devotio 018 Conference Devotio 019 Conference Devotio 017 Conference Devotio 016 Conference Devotio 013 Conference Devotio 015 Conference Devotio 024 Conference Devotio 030 Conference Devotio 032 Conference Devotio 044 Conference Devotio 025 Conference Devotio 021 Conference Devotio 029 Conference Devotio 037 Conference Devotio 038 Conference Devotio 046 Conference Devotio 043 Conference Devotio 047 Conference Devotio 042 Conference Devotio 040 Conference Devotio 041 Conference Devotio 049 Conference Devotio 063 Conference Devotio 053 Conference Devotio 061 Conference Devotio 054 Conference Devotio 058 Conference Devotio 052 Conference Devotio 048

 

Op 26 en 27 oktober 2016 organiseerde het Titus Brandsma Instituut, in samenwerking met de beide Humaniora faculteiten van de Radboud Universiteit en het Instituut voor Christelijk Cultureel Erfgoed (RU Groningen), in Nijmegen een internationaal congres onder de titel Devotio: Individualization of Religious Practices in Western European Christianity (c. 1350- c. 1550). De Nijmeegse en Groningse organisatoren – Johan Oosterman, Peter Nissen, Rijcklof Hofman, Charles Caspers en Mathilde van Dijk – hadden dertig sprekers uitgenodigd die vanuit hun diverse disciplines (o.a. letterkunde, theologie, geschiedenis) en specialismen (o.a. materiële cultuur, spiritualiteit, Moderne Devotie) nader ingingen op drie belangrijke aspecten van de laatmiddeleeuwse religiositeit: devotie, individualisering, en religieuze praktijken. De focus op deze drie aspecten zal geen verrassing zijn voor wie de lange traditie van Nijmeegs onderzoek naar geleefde spiritualiteit en Moderne Devotie kennen. Tegelijk bood juist ‘Nijmegen’ aan de internationale studie van de laatmiddeleeuwse religiositeit een gelegenheid om zich in al zijn levendigheid te presenteren en van zijn meest innovatieve kant te laten zien. Met de welgekozen Latijnse term Devotio werd bovendien teruggekeerd – van een te breed Angelsaksisch woord (devotion) en een verouderd Nederlands begrip (devotie) – naar de middeleeuwse spirituele beleving en religieuze praktijk zelf.

De drie aspecten (‘devotie’, ‘individualisering’, ‘praktijken’) keerden terug in de drie keynote lectures, die respectievelijk een historische, een letterkundige en een handschriftkundige kant van de laatmiddeleeuwse devotionele praktijk belichtten: John van Engen (Notre Dame) over ‘Alijt Bake (1413-1455) van Utrecht en Gent: Zelfbewuste auteur en spirituele autobiograaf’; Nigel Palmer (Oxford) over ‘Antiseusiana: meditaties op het leven en lijden van Christus in de dertiende en veertiende eeuw’; en Kathryn Rudy (St. Andrews) over ‘Semi-standaard maar gepersonaliseerde getijdenboeken’. De overige lezingen waren op intelligente, coherente wijze samengevoegd in sessies over ‘individuen en individualiteit’, ‘adellijke vrouwen’, ‘lekenvroomheid’, ‘Moderne devotie’, ‘materiele en mentale beelden’, ‘Duitse devotie voor de Reformatie’, ‘vrome liederen’, ‘theorie van de devotie’, en ‘spiritualiteit’. De sprekers slaagden erin om binnen deze deelthema’s en vanuit het eigen vak- en aandachtsgebied, steeds de drie aspecten van het hoofdthema aan de orde te stellen en met elkaar in verbinding te brengen. Anne Bollmann (Groningen) sprak bijvoorbeeld over het spanningveld tussen de innerlijke devotie van het individu en het gemeenschappelijke vroomheidsideaal in de vrouwenconventen van de Moderne Devotie. Natalija Ganina (Moskou) presenteerde haar onderzoek naar de sterk geïndividualiseerde schrijfarbeid en gepersonaliseerde boeken van de Straatsburger Magdalenazusters. Thom Mertens (Antwerpen) en Dieuwke van der Poel (Utrecht) behandelden het ‘exemplarische ik’ in devote liederen en gebeden. Mikhail Khorkov (Erfurt) gaf een filosofisch-theologische analyse van de individualisering van meditatieve en contemplatieve praktijken in het Erfurter kartuizerklooster. Rob Faesen (Leuven) stelde aan de hand van een aantal laatmiddeleeuwse mystieke auteurs het onderscheid tussen individualisering en personalisering aan de orde. En Piotr Bialecki (Warschau) besprak in het kader van het thema ‘lekenvroomheid’ de keuze voor de eigen biechtvader in laatmiddeleeuws Florence.

Tijdens en tussen de sessies was veel gelegenheid tot interdisciplinaire uitwisseling en kennismaking. Tijdens de plenaire sessies werden verder twee boeken gepresenteerd. De rector magnificus van de Radboud Universiteit, Han van Krieken, en professor John van Engen (Notre Dame) ontvingen uit handen van auteur Rijcklof Hofman (Nijmegen) diens editie van het geschrift van Geert Grote ‘tegen de simonie’ (Gerardi Magni Opera omnia II,2), verschenen bij Brepols in de reeks Corpus Christianorum. Het boek van Kathryn Rudy (St. Andrews), Piety in Pieces: How Medieval Readers Customized their Manuscripts, verschenen bij OpenBook Publishers, werd aangeboden aan de jarige professor Nigel Palmer (Oxford).

Van het congres zelf zal te zijner tijd een bundel verschijnen. Grote kans dat congres en bundel een substantiële aanzet vormen tot een ‘devotional turn’ in het middeleeuwen-onderzoek, waarbij niet alleen de implicaties van de Moderne Devotie voor de Westerse spiritualiteit en samenleving opnieuw onderstreept worden, maar ook de oude categorieën die zo wezenlijk zijn ervoor (devotie, vroomheid, deugd) nieuw leven ingeblazen worden. Grote kans ook dat het congres, vanuit het specifieke thema ‘devotie’ en individuele religieuze praktijken in de late middeleeuwen, een academische impact heeft op het overkoepelende thema van de religiositeit. Dit bijzonder inspirerende congres viel toch niet voor niets samen met de lancering te Amsterdam van de gloednieuwe Netherlands Academy of Religion.

[Krijn Pansters, Tilburg School of Theology, TIU Tilburg]