Back to Top

Opzet colleges

Het studieprogramma bevat een ochtendprogramma van twee colleges, een middagprogramma van practica en een individueel programma van leerbegeleiding, stage, supervisie en scriptie.

 

Ochtendprogramma

In de colleges wordt geput uit de rijke traditie van spiritualiteit en mystiek. Deze traditie biedt lees- en kijkmogelijkheden om het menselijk (samen)leven te verstaan. In de colleges wordt niet alleen kennis overgedragen, er wordt vooral een kijk-, lees- en luisterwijze aangereikt en ingeoefend met behulp van een scala aan praktijkvoorbeelden.

 

De colleges vinden plaats in acht cursusblokken. Elk blok is een paradigma dat op eigen wijze zicht geeft op de kern van de opleiding. De colleges bestaan uit drie werkvormen: colleges mystieke tekstlezing, thematiekcolleges en gastcolleges.

In de colleges mystieke tekstlezing worden teksten van ervaringsdeskundigen uit de joods-christelijke traditie gelezen. U leert mystieke teksten lezen uit verschillende historische perioden als vormen van bewustwordingsprocessen van de relatie van de mens met God. In de confrontatie met deze ongemakkelijke of ‘vreemde’ teksten leert u hoe u oog en oor kunt ontwikkelen voor de processen van bewustwording in concrete personen die op zoek zijn naar taal voor de Godservaring.

In de thematiek colleges wordt ingegaan op belangrijke thema’s uit de traditie van de christelijke spiritualiteit en de wijzen waarop in deze traditie over spiritualiteit in de praktijk werd omgegaan.

In gastcolleges leert u verschillende uitdrukkingsvormen van geleefde spiritualiteit in concrete maatschappelijke contexten kennen. Een gast uit het maatschappelijke veld vertelt over zijn of haar praktijk. Vervolgens gaat u met de gast in gesprek over het aspect spiritualiteit hierin. Samen met de docent ontwikkelt u een kijk- en luisterwijzer die u vragen aanreikt om geleefde spiritualiteit in concrete maatschappelijke contexten te leren onderscheiden.

 

Voor elk college krijgt u opdrachten ter voorbereiding. Het grootste deel van deze opdrachten voert u individueel uit, maar een deel voert u uit in wisselwerking met uw medestudenten door actief bij te dragen aan een digitaal forum. De docent maakt van dit forum gebruik door in het college in te gaan op de bijdragen die u levert.

Voor elke collegereeks (of het nu mystieke tekstlezing, thematiekcollege of een gastcollegereeks betreft) maakt u als slotopdracht een werkstuk. Gedurende de collegeweken ontvangt u hiervoor al deelopdrachten.

 

Middagprogramma

Naast de colleges in de ochtend leert u in de middag tijdens practica door middel van verschillende werkvormen in een groep van ongeveer 12 studenten en onder begeleiding van twee practicumdocenten, de praktijk van geestelijke begeleiding uit te proberen en in te oefenen. Gedurende het eerste jaar ligt het accent op uw persoonlijke geestelijke weg, waarbij het zowel gaat om bewustwording als om het vinden van taal. Tevens hoort u uw medestudenten in het proces om de eigen geestelijke weg te ontdekken en taal te geven. Dit alles in het licht van de beoogde beroepsuitoefening. Gedurende het tweede jaar ligt het accent op het verhelderen en ontwikkelen van spirituele processen bij anderen middels het voeren van geestelijke begeleidingsgesprekken. Tijdens de practicumbijeenkomsten reflecteert u gezamenlijk op deze beginnende praktijk.

In elk van de acht cursusblokken heeft het practicum een specifieke thematiek die gekoppeld is aan de thematiek van de ochtendcolleges in dat blok. Een groeiend theoretisch inzicht wordt daarmee vruchtbaar gemaakt voor een zich ontwikkelende handelingspraktijk.

Het persoonlijk leerproces in samenwerking met een groep biedt ieder de mogelijkheid een eigen bekwaamheid te verwerven of uit te bouwen naar de praktijk.

 

Individueel programma

Theoretische kennis enerzijds en praktische vaardigheden anderzijds vormen de evenwichtige fundamenten van waaruit de opleiding wordt opgebouwd. Tijdens het ochtendprogramma en het practicum in de middagen werkt u groepsgewijs aan uw leerdoelen. Daarnaast omvat de opleiding een individueel programma van leerbegeleiding, supervisie, stage en scriptie. In het individuele programma geeft u vanuit uw eigen, unieke context vorm aan de studie en past u het leerproces toe op uw persoonlijke behoefte en uw werkveld of interessesfeer. Het individuele programma voert u deels naast en deels na afloop van het groepsprogramma (in een derde jaar) uit.

 

In het eerste jaar van de opleiding begint ook uw leerbegeleiding. In de leerbegeleiding verkent u op systematische wijze verschillende aspecten van uw persoonlijke geestelijke weg, met het oog op het verder liggend perspectief van uw functioneren als geestelijk begeleider. Tevens maakt u een begin met het verkennen van uw grondhouding als geestelijk begeleider.

De leerbegeleiding bestaat uit acht gesprekken van één uur. Vanuit de opleiding krijgt u hiervoor een leerbegeleider toegewezen. Alleen wanneer de leerbegeleiding met goed gevolg is afgerond kunt u starten met stage en supervisie.

 

In de stage doet u meer specifieke ervaring op in het praktiseren van geestelijke begeleiding van individuen en/of groepen. Tijdens de stage, die 400 uur omvat, geeft u zelfstandig vorm aan de begeleiding van bewustwordingsprocessen bij anderen. Dit kan in de concrete context van uw eigen werkkring of op een stageplaats. De stage bestaat uit praktische werkzaamheden waarin u beroepsvaardigheden oefent en verder kunt exploreren. Uitgangspunt is dat u concreet invulling geeft aan het voeren van geestelijke begeleidingsgesprekken, zoals geleerd in de opleiding en eventueel aan andere vormen van geestelijke begeleiding. U doet dus specifieke ervaring op in het praktiseren van geestelijke begeleiding; u ontdekt hoe u zelfstandig kunt en/of wilt gaan functioneren als geestelijk begeleider en u maakt een begin met de ontwikkeling van een beroepsidentiteit.

 

Een belangrijk onderdeel van de stage is de supervisie. U voert acht gesprekken van één uur met een supervisor, die u door de opleiding wordt toegewezen. In de supervisie wordt uw stage inhoudelijk ondersteund. Met uw supervisor verkent u uw persoonlijke leerdoelen en werkt die uit om u in uw stage te kunnen professionaliseren in het uitvoeren van geestelijke begeleiding. U reflecteert samen met de supervisor op de implementatie van uw eerste ervaring van geestelijke begeleiding in een concrete context of in andere toepassingsmogelijkheden die u wilt onderzoeken. Zo bevordert u uw groeiende expertise op kritische wijze, om te ontdekken waar uw mogelijkheden liggen en welke valkuilen u daarbij tegenkomt.

 

Ten slotte schrijft u een scriptie (een eindwerkstuk). In deze scriptie reflecteert u op uw eigen praktijk of werkveld aan de hand van het ervaringsmateriaal. U verbindt deze met de theoretische inzichten die u hebt verworven in de opleiding en in literatuurstudie. Een andere mogelijkheid voor uw scriptie is dat u een specifiek thema of onderwerp kiest binnen geestelijke begeleiding en dit thema zowel theoretische verder verkent als verbindt met uw persoonlijke inzichten en ervaring.

In uw scriptie beschrijft en verheldert u spirituele processen en de daarbij noodzakelijke of mogelijke vormen van begeleiding. Dit doet u op grond van de verworven inzichten tijdens de opleiding, beschikbare literatuur en uw eigen groeiende ervaringsdeskundigheid. U kunt uw stageverslag verwerken in de scriptie zodat u reflecterend op uw eigen praktijk onderzoekt hoe uw eigen beroepsidentiteit vorm kan krijgen en uit kan groeien. Vanuit de opleiding krijgt u een scriptiebegeleider toegewezen. De scriptiebegeleider is tevens de eerste beoordelaar van de eindversie van uw scriptie. De scriptie wordt ook beoordeeld door een tweede beoordelaar die door de opleiding gevraagd wordt.

 

Afronding van de opleiding

Bij voldoende resultaat op alle onderdelen wordt de opleiding afgerond met een diploma Geestelijke Begeleiding.